De competitie was al begonnen toen het voorstel om betalingen in het Nederlandse voetbal toe te staan op 28 augustus 1954 in de bondsvergadering werd aangenomen. Het duurde daarna nog twee maanden, voordat werd besloten om de competities van de KNVB en de NBVB samen te voegen. Excelsior stond op dat moment derde van onderen in de Eerste Klasse C en mocht nu gaan proberen om zich via de Eerste Klasse A te plaatsen voor de nieuw te vormen Hoofdklasse.
De selectie van Excelsior telde in dat eerste seizoen veertien contractspelers. Allemaal echte clubmensen, waaronder Gerrie den Hartog, Heimen Lagerwaard, Arie den Hertog, Nol Braams, Lo Dörr, Rik van Veldhuizen, Wim van Kilsdonk en Lou Corpeleyn. Zij kregen vijf gulden voor een training (waarvan er wekelijks drie gevolgd moesten worden), twintig gulden voor een overwinning, tien gulden voor een gelijk spel en vijf gulden voor een nederlaag.
Overigens was het voetbal ook voor de officiële invoering van betalingen allang niet puur meer. Spelers werden daarvoor al op verschillende manier heimelijk beloond voor hun diensten. Waren het geen envelopjes met guldens, dan kregen voetballers wel andere zaken aangeboden van clubs of suikerooms. Een sigarenwinkel om na de voetbalcarrière iets achter de hand te hebben? Een flinke duit in het zakje voor een bruiloftsfeest? Een auto van de club? Het gebeurde, alleen wist niemand er officieel iets vanaf.
,,Wij kregen geen geld, maar helemaal voor niets ging het ook niet’’, wist doelman Arie den Hertog zich later te herinneren in een serie verhalen ter gelegenheid van vijftig jaar betaald voetbal. ,,Zo kregen we af en toe een bon om bijvoorbeeld een overhemd uit te zoeken of iets anders. Maar dat was kleinschalig. We voetbalden puur omdat we het leuk vonden.’’
Dat teamgenoten als Henk Schouten en Aad Bak vertrokken bij Excelsior omdat ze bij beroepsvoetbalclub Rotterdam betaald kregen, leidde ook tot onrust binnen de ploeg. Den Hertog: ,,Sommige spelers zagen het als verraad, al waren ze in werkelijkheid misschien een beetje jaloers. Ze dachten: was ik het maar die werd gevraagd. Ik ben zelf overigens niet benaderd, maar ik denk ook niet dat ik het had gedaan. Ik had toen al een goede baan, waar ik verder mee kon komen. Dat vond ik veel belangrijker.’’
,,Voetballen deed ik toch vooral voor mijn plezier. Ik was toen administrateur bij een grote liftenfirma, waar ik later nog tot de directie ben toegetreden. Maar het was natuurlijk nogal wat dat die jongens vertrokken. Ook Henk Schouten en Aad Bak waren al jaren lid van Excelsior. Toen bestond het eerste elftal nog uit echte clubmensen, die allemaal sinds de jeugd bij Excelsior voetbalden.’
Verschillende leden van Excelsior waren bang dat het toestaan van betalingen de sfeer binnen de club zou veranderen. In de Excelsior Kroniek sprak voorzitter Henk Zon die vrees tegen: ‘Ons hoogste doel moet blijven: vriendschap, kameraadschap met als uitkomst opofferingsgezindheid. Als wij deze eigenschappen ons blijven aanmeten, dan zal de sfeer in ons aller Excelsior een waarborg zijn voor de toekomst.’
Er veranderde voor de spelers van Excelsior overigens minder dan je in eerste instantie zou denken. Arie Vermeer speelde al jaren in het eerste elftal van Excelsior toen hij in 1954 opeens werd betaald voor zijn diensten. Hij vertelde jaren later: ,,Er veranderde niet zo veel in het begin. We speelden in een team met allemaal jongens die al sinds de jeugd voor Excelsior voetbalden.’’
,,Natuurlijk was het fijn dat we betaald kregen, maar uiteindelijk kostte het misschien nog wel meer dan het opleverde. Mijn vrouw was mijn grootste fan en zij ging altijd mee met de trein naar uitwedstrijden. Na de invoering van betalingen moesten we dat zelf betalen. Als we dan naar MVV gingen, kregen we twintig gulden bij een overwinning. Nou dat was amper genoeg om haar treinkaartje te betalen.’’
Arie den Hertog: ,,Soms kwam je aan het eind van de maand bij de penningmeester en dan moest je bij wijze van spreken 24 gulden bijbetalen. Er waren natuurlijk ook maanden dat je wel aardig verdiende, maar als we drie keer achter elkaar verloren, schoot het niet op. Er werd wel over gesproken, maar er veranderde niet veel hoor. We hadden net de oorlog achter de rug en zaten nog volop in de opbouwfase wat betreft werk, salaris, gezin. Dus iedereen vond het wel grappig dat we opeens betaald werden voor het voetballen.’’
Desondanks deed Excelsior het na de hervatting van de competitie beter dan daarvoor. In totaal streden 56 clubs om een plek in de nieuw te vormen Hoofdklasse. Onder leiding van trainer Rinus Smits bereikte Excelsior deze Hoofdklasse als eerste Rotterdamse club. Het seizoen erna plaatste Excelsior zich overigens niet voor de nieuwe Eredivisie. Na 34 wedstrijden eindigde Excelsior op de elfde plek en degradeerde daardoor naar de Eerste Divisie.
Lees ook het eerste artikel over de invoering van betaald voetbal: ‘Premie Voetbal hoe jammer het ook is’