Terwijl de eerste elftallen van de mannen en vrouwen ‘gewoon’ hun competitiewedstrijden mochten spelen, lagen de competities van de jeugdteams afgelopen jaar grotendeels stil. De jongste teams konden redelijk normaal trainen, maar de oudste jeugd was lange tijd aangewezen op het krachthonk en mocht alleen in tweetallen het veld op. Vier betrokkenen over een bijzonder en frustrerend voetbaljaar, waarin jeugdspelers zich toch moesten en wilden ontwikkelen.
Als dansende koeien die op de eerste lentedag weer de wei in mogen. Zo moet het eruit hebben gezien toen de oudste jeugd van Excelsior Rotterdam na ruim vier maanden gedwongen pauze eindelijk weer het veld op mocht voor een groepstraining. Van half oktober tot begin maart mochten zij vrijwel niets vanwege de maatregelen rond het coronavirus. Talentvolle jonge voetballers mochten niet wat ze het allerliefste doen: trainen en wedstrijden spelen.
,,Depressief ben ik er niet van geworden, maar frustrerend was het wel’’, verzucht Jonathan Mendes Rodrigues. Als achttienplusser van Excelsior onder 21 mocht hij net als veel anderen niet meer in groepen trainen. ,,We zaten er net weer lekker in nadat de competitie vorig seizoen al ook was stilgelegd. Wij mochten een tijdje vrijwel niks, alleen krachttraining en trainingsvormen in tweetallen op anderhalve meter. Als je dan gasten van een jaar jonger zag die gewoon op het veld stonden en partijen en onderlinge wedstrijden konden spelen, was dat best frustrerend.’’
Uitgerekend in dit voor hem zo belangrijke jaar: ,,Ik ben vorig jaar geslaagd en had besloten een tussenjaar te nemen van school om me helemaal op voetbal te richten. De overgang van de jeugd naar de senioren is groot, dus ik wilde me daar een jaar op kunnen focussen. Corona heeft dat helemaal verpest. Of ik de keuzes die de regering heeft gemaakt wel begrijp? Ik snap het wel gezien de reden. Maar ik wil het liefst gewoon altijd kunnen trainen, dus voor mij waren de keuzes sowieso fout. Dit is een verloren seizoen, al mogen we nu gelukkig weer trainen.’’

,,Het was voor iedereen een lastig jaar’’, vult trainer Patrick de Werk van Excelsior onder 15 aan. ,,Vorig seizoen werd de boel ineens stilgelegd. Daarna mochten we weer trainen, al mochten we de kleedkamers niet in. Na de zomer mochten we alles weer, ook wedstrijden spelen. Tot de tweede lockdown. Wij mochten met de onder 15 wel blijven trainen, maar geen wedstrijden meer spelen. Dat is vervelend, omdat je als team geen doel hebt om naartoe te werken. Wij spelen nu soms onderlinge wedstrijden, maar een echt meetpunt met een andere BVO is er niet.’’
Het toeleven naar wedstrijden met alles wat daarbij komt kijken, dat is wat spelers en trainers het meeste missen. ,,Als je tegen een hooggeplaatst team moet spelen, is het lekker om de hele week fel te trainen, daar naartoe werken en kijken waar je staat. Nu trainen we vooral om ervoor te zorgen dat jongens fit blijven en zich zoveel mogelijk kunnen ontwikkelen. Je kunt zien dat jongens groeien in positiespel door de partijvormen die we spelen, maar het zijn niet zulke grote stappen als we gewend zijn. Het belangrijkste is dat ze plezier blijven houden in wat ze doen.’’
Volgens Patrick is het lastig om te zeggen wat dit alles voor invloed gaat hebben op de ontwikkeling van spelers: ,,Ze trainen minder dan normaal en hebben meer rust. Je ziet jongens wel groeien en fysiek sterker worden, maar echt een meetpunt qua ontwikkeling heb je niet. Ook mentaal heeft dit alles invloed. In het begin speelden we nog wedstrijden, maar zonder publiek. Normaal hebben jongens steun aan hun ouders, maar die mochten er dus niet bij zijn. Je ziet dat overigens ook aan alle profwedstrijden. Die worden er niet beter op zonder publiek. Mensen op de tribune, dat is waar je het normaal voor doet. Zij kunnen jou motiveren om een stapje harder te lopen.’’
,,Wat ik veel van ouders terugkrijg, is dat ze het jammer vinden dat ze hun kind niet kunnen volgen’’, zegt ook Serge Bonte, trainer van Excelsior onder 12 en coördinator van de onderbouw. ,,Ook bij de trainingen mogen zij niet kijken. Ze moeten hun kind afzetten bij het hek en later weer ophalen. Ze vinden het heel jammer dat ze niet kunnen zien hoe hun kind het doet. Met de onder 12 proberen we eens in de zoveel weken een 9 tegen 9 of 11 tegen 11 wedstrijd te spelen en daar beelden van te delen met ouders. Zo kunnen ze nog iets zien, maar dat is veel beperkter dan normaal.’’

Serge vertelt dat de eerste lockdown bij Excelsior vooral gebruikt werd om zaken op te pakken waar ze normaal minder aan toekwamen: ,,Zo hebben we in de onderbouw gewerkt aan een update van het trainingsplan. Die eerste lockdown was op een bepaalde manier nog wel relaxed, daarna waren we helemaal opgeladen om in augustus met nieuwe groepen aan de slag te gaan. Daar hadden we veel zin in. Het begon normaal, maar uiteindelijk werd het seizoen toch weer afgebroken. We hadden veel creatieve ideeën al in de vorige lockdown gebruikt, dus je merkte dat trainers zoiets hadden van: hoe gaan we dat nu weer doen?’’
,,Binnen de onderbouw is het voor de onder 12 misschien wel het lastigst. Zij zouden dit jaar op het grote veld 11 tegen 11 gaan spelen en dat missen zij nu. Gelukkig hebben die altijd zin om te trainen. We hoeven maar een 4 tegen 4 toernooitje uit te zetten en ze gaan! Na een uur willen ze weten wie de winnaar is en dan gaan ze lekker naar huis. Wij proberen creatief te zijn door verschillende spelvormen uit te zetten. Laatst hebben we een geluidsbox aangeschaft die we inzetten, waarbij ze bijvoorbeeld binnen een bepaalde tijd moeten scoren. Dat is leuk, maar uiteindelijk komt het steeds op hetzelfde neer: trainen met je teamgenootjes.’’
Bo van der Gaag, speler van Excelsior onder 17, beaamt dit: ,,Je kent elkaar goed. Zeker als je langer met elkaar samen traint en speelt, ken je elkaars sterke en zwakke punten. Dan is het lastig om steeds weer tegenover elkaar te staan. Toch ben ik blij dat we dit kunnen doen. In het begin mochten we geen partijtjes spelen en dat was wel zwaar. Toen we weer mochten trainen, voelde het voor ons als normaal. Alleen de wedstrijden ontbreken nog steeds en dat is toch waar je naartoe werkt. Wij trainen op zaterdag vaak in het stadion en spelen dan 11 tegen 11. Dan wil je echt wel winnen!’’
Bang dat hij een jaar heeft stilgestaan, is Bo niet: ,,Ik voel dat ik nog steeds beter word en ervaring opdoe. We trainen waar mogelijk veel met oudere en grotere jongens en daardoor ga je vooruit. Het is alleen jammer dat we dat niet in de wedstrijden kunnen laten zien. Dat mis ik heel erg. Wij spelen normaal op zondag en dan was het altijd druk langs de lijn. Ik heb wel begrip voor de maatregelen en houd me goed aan de regeltjes. Ik hoop dat we daardoor snel weer normaal kunnen voetballen. Ik ben al lang blij dat wij mochten doortrainen, jongens van onder 21 mochten niets meer.’’

De trainingen waren voor Bo een welkome afleiding, want hij mocht ook niet naar school. ,,Vanuit huis kan ik me niet zo goed concentreren. Ik kan niet drie kwartier achter een scherm zitten en luisteren naar een leraar. Ik zat vorig jaar in 4 vwo. Daarvoor was ik alle jaren goed doorgekomen, maar tijdens de lockdown ging het bergafwaarts. Ik ben blijven zitten en heb besloten om naar 4 havo te gaan. Natuurlijk is het vervelend, maar ik kijk liever vooruit. Nu gaat het hartstikke goed. Ook met voetbal kijk ik liever vooruit. Ik wil mezelf blijven ontwikkelen.’’
Recent werd bekend dat de huidige coronamaatregelen verlengd worden tot minimaal 20 april. De KNVB heeft hieruit de conclusie getrokken dat de uiterste deadline waarop de competities hervat hadden moeten worden, niet meer haalbaar is. Afhankelijk van de maatregelen zoals die na 20 april gelden, zal gekeken worden naar alternatieve mogelijkheden. Trainers Patrick de Werk en Serge Bonte hopen dat er in elk geval snel regiowedstrijden mogelijk zijn: ,,Zodat onze jeugdspelers in elk geval die beleving weer hebben’’, vindt Patrick. ,,Alles wat voetbal zo leuk maakt, moeten we nu missen. Het zou prettig zijn als dat weer kan.’’
Bij Jonathan zijn de ambities ondanks het verpeste jaar niet verdwenen: ,,Ik ben blij dat we weer als groep kunnen trainen, dat heb ik heel erg gemist. Een deel van onze groep trainde de afgelopen tijd met het eerste mee. Dan gunde ik ze van harte, maar dacht soms wel: daar had ik willen staan. Het is zaak vooral te blijven denken aan waar je het voor doet. Genieten van voetbal, spelen in grote stadions. Voor ons bestaat er niks anders dan voetbal. De droom om het eerst te halen, heb ik nog steeds. De motivatie om dat te laten lukken is door dit alles alleen maar groter geworden.’’
Dit verhaal verscheen eerder in het Excelsior Rotterdam Rotterdam (april 2020)